De 'Groeiregels van Vöchting' zijn:
Gelijke takken groeien even hard.
De steilste tak groeit het hardst.
De hoogste tak groeit het hardst.
De dikste tak groeit het hardst.
De dichtst bij de harttak staande tak groeit het hardst.
Men kan ook zeggen dat de opwaartse sapstroom de gemakkelijkste weg kiest: die van de minste weerstand.
Deze regel is een "optimaal regel", d.w.z. dat een boom in optimale conditie en groeiomstandigheden (bodemsamenstelling, bodemwater, lichtexpositie, enz.) deze groeiregels inderdaad zal vertonen. Een boom in een niet optimale groeiomgeving (bv. in de schaduw van een andere boom) zal een afwijkend groeipatroon vertonen.
