"10 vragen en antwoorden omtrent de uitgebreide bosbeheerplannen"


        door Henri-Joe Dieryck

bestuurder Bosgroep Noorderkempen en lid van de stuurgroep "duurzaam bosbeheer" van VBV
gediplomeerde boomverzorger en medewerker bos- en natuurbeheer
zaakvoerder "Groene Aap BVBA"
certified european treeworker
beheerder van een familie- en natuurdomein in Oostmalle van >100 ha sinds 1998,

Bij het opmaken van een uitgebreid bosbeheerplan komen heel veel vragen naar voren, maar ook daarvoor.

Is het voor u interessant om een bosbeheerplan op te maken? Wat wint u erbij? Wat verliest u erbij? Waartoe bent u verplicht en wat mag u net niet meer doen na het oprichten van een uitgebreid bosbeheerplan (UBBP)?

Toen ik als beheerder het opmaken van een uitgebreid bosbeheerplan voorstelde aan de eigenaars van het domein, kwam ik zeer regelmatig dezelfde vragen tegen. Van al de regelmatig voorkomende vragen heb ik een "top-10" samengesteld met de meest voorkomende en/of belangrijke vragen.

  VRAGEN

  1) Wat levert een UBBP op?
  2) Wat kost het opmaken van een UBBP?
  3) Wie maakt een UBBP op?
  4) Waar moet een UBBP aan voldoen?
  5) Blijft ik als eigenaar baas over mijn eigen gronden eens er een UBBP voor opgemaakt is?
  6) Mag ik nog brandhout uit mijn bos halen (en hoeveel) eens een UBBP opgericht is?
  7) Hoe zit het met de toegankelijkheid van mijn gronden voor/na het oprichten van een UBBP?
  8) Wat als ik als eigenaar na het oprichten van een UBBP mijn eigendom wens te verkopen of verhuren?
  9) Wie profiteert van de subsidie op de successierechten?
  10) Waar kan ik raad of advies inwinnen i.v.m. het opstellen van een UBBP?

  ANTWOORDEN

  1) Een UBBP bevat een gedetailleerde studie van het betreffende gebied. Zonder twijfel levert zulk een studie veel praktische informatie op waardoor het toekomstig beheer meer efficiënt kan gebeuren en met een hogere opbrengst (aan houtproductie èn aan natuurwaarde). Daarbovenop kunt u, mits een goedgekeurd uitgebreid UBBP, subsidies aanvragen voor het bevorderen van de ecologische functies van uw bos (van 50 euro/ha tot 125 euro/ha), waardoor u financiële middelen krijgt om uw beheerplan te realiseren.

  Een uitgebreid UBBP levert dus heel wat informatie op omtrent uw gebied en geeft u de mogelijkheid om financiële middelen te krijgen om uw beheer te realiseren zoals uitgestippeld in het UBBP .

  2) Over het algemeen worden de kosten van het opmaken van een UBBP volledig gedekt door de subsidie voor het opmaken van een uitgebreid bosbeheerplan.
  Volgens het aantal meewerkende eigenaars en boseigendommen kan de subsidie 200, 220 of 250 euro per hectare bedragen. Sommige studie-bureaus zijn tevens bereid om pas twee jaar na de aanvang van het opmaken van een uitgebreid UBBP betaald te worden. Dit geeft hen voldoende tijd om het uitgebreid bosbeheerplan op te maken en te laten goedkeuren. Na de goedkeuring krijgt u als eigenaar automatisch de subsidie op 1 rekeningnummer (ook in het geval dat meerdere eigenaars samenwerken!) gestort. Op deze manier hoeft u normaal gezien het bedrag voor het opmaken van dit bosbeheerplan niet eens voor te schieten, maar kunt u wachten dat de subsidie voor het opmaken van een UBBP uitbetaald is en daarmee het studie-bureau betalen. De subsidie dekt in dit geval dus de kosten zonder dat u het hoeft voor te schieten.

  3) Een UBBP kan opgemaakt worden door een (gespecialiseerd) studie-bureau of u kunt het zelf opmaken.

  Het voordeel van het inschakelen van een onafhankelijk adviesbureau is dat u bij het opmaken van uw UBBP steeds steunt op de kennis en ervaring van derden, die opgeleid zijn om dergelijke studies uit te voeren.

  Het voordeel van een UBBP zelf op te maken is dat u zelf uw domein volledig leert kennen, op verschillende niveaus (fauna, flora, bodem, wetgeving, historiek...) en dat u vele uren lang van uw domein kunt genieten door er bezig te zijn met metingen en verschillende studies.

  Het nadeel van het laten opmaken van een UBBP door een studie-bureau is dat u eerst en vooral een deskundig studie-bureau moet vinden waar u vertrouwen in hebt. Indien u geen vertrouwen heeft in de ploeg die uw uitgebreid UBBP opmaakt, heeft het uiteindelijke resultaat geen waarde. Het is dus van belang dat u zoekt en blijft zoeken tot u een ploeg gevonden hebt waar u vertrouwen in hebt en waarvan de opvattingen zo goed mogelijk bij de uwe aansluiten, voorzover u reeds kennis en opvattingen hebt omtrent uw bos.

  Het nadeel van het zelf opmaken van een UBBP is dat het zeer veel werk en tijd vraagt. Zonder specifieke vooropleidingen kan men niet alles doen wat een UBBP vereist. Doch men kan, mits voldoende tijd en inzet, het al doende leren en daar waar nodig is hulp of advies inroepen van bijvoorbeeld de bosgroep (voor sommige taken) of van onafhankelijke adviseurs (vrijwilligers of tegen betaling). Verschillende opleidingen worden jaarlijks georganiseerd waar de nodige kennis en ervaring opgedaan kan worden, o.a. bij Inverde, al dan niet in samenwerking met de bosgroepen. Vaak zijn ook verenigingen zoals Natuurpunt of wildbeheereenheden (N.W.B.E.'s) bereid hulp te bieden bij het opmaken van (uitgebreide) BBP.

  4) Een uitgebreid bosbeheerplan moet voldoen aan de "inhoudelijke richtlijnen voor het opmaken van een uitgebreid bosbeheerplan" en aan de "technische richtlijnen voor het opmaken van een uitgebreid bosbeheerplan".
  Deze richtlijnen zijn op het internet te vinden of u kunt ze per mail aanvragen bij hendrik.borloo@lin.vlaanderen.be. U kunt ook terecht bij uw bosgroep die u de nodige gegevens en/of adressen kan doorspelen .

  Indien u uw UBBP laat opmaken door een studie-bureau kunt u ervan uitgaan dat zij reeds kennis hebben van alle nodige gegevens, studies etc die vereist zijn voor het opmaken en laten goedkeuren van een UBBP.

  Indien u zelf uw UBBP opmaakt raad ik u aan om ook eens de "9 pro silva-principes" op te zoeken; wat een gemakkelijke en eenvoudige leidraad kan zijn, doch gebruik deze slechts als aanvullende informatie bij de richtlijnen voor het opmaken van UBBP's.

  5) De eigenaar blijft baas over zijn eigen gronden. Wanneer u een UBBP opmaakt stemt u toe in het hanteren van bepaalde bosbouwprincipes (cfr. 9 Pro silva-principes) en het combineren van verschillende bosfuncties, hetgeen niet betekent dat u uw beslissingsrecht verliest over uw eigendom.
  Integendeel, deze principes zullen het u mogelijk maken om op termijn een doordacht en gestaafd beheer uit te voeren op uw eigendom. Hierdoor zult u zelfs misschien nog meer beslissingen zelfstandig kunnen nemen omtrent uw gronden dan wat reeds het geval was voor het opmaken van een UBBP.

  6) Het verwerven van brandhout in het bos is een typische "economische functie" van het bos, men zou zelfs kunnen zeggen dat het ook een cultuur-historische functie van het bos vervult, zeker in hakhout en/of middelhoutbestanden.

  In het uitgebreid bosbeheerplan wordt gestreefd naar het maximaal laten samenlopen van verschillende bosfuncties, waaronder één van de economische functies: houtproductie. Het verwerven van brandhout in uw bos is dus zeker toegestaan. Wel hoort u hierbij erop te letten dat u, door het innen van brandhout, de andere functies van het bos niet in het gedrang brengt, zoals bijvoorbeeld de ecologische functie. Dus elk dood stukje hout in uw bos oprapen om het als brandhout te gaan benutten is niet mogelijk, daar er in het uitgebreid bosbeheerplan ook gestreefd wordt naar meer dood hout in het bos.

  Wat is dan wel mogelijk en hoeveel? Rekening houdend met de jaarlijkse aanwas van bospercelen (in Vlaanderen is dit gemiddeld 6m³/ha/jaar, maar het kan minder zijn of oplopen tot ongeveer 12m³/ha/jaar alnaargelang welke boomsoort, welke leeftijd, welke ondergrond, stamtal/ha, etc.) en het volume dat bij dunningen ontgonnen wordt/werd kunt u redelijk eenvoudig uitrekenen hoeveel hout u jaarlijks als brandhout uit uw bos mag halen zonder in tegenstrijdigheid te komen met uw UBBP.

  Rekenvoorbeeld ter illustratie: (de gehanteerde getallen zijn puur ter illustratie, het zijn geen vaste gegevens!)

  U hebt 3 ha fijnspar aanplanting die net hun omslagpunt bereikt hebben. Deze percelen zijn in de vorige 35 jaar nooit gedund . De jaarlijkse aanwas is op deze percelen berekend en levert een gemiddelde aanwas van 10m³/jaar op. Op 35 jaar is de totale aanwas dus gelijk aan 350 m³ hout op deze 3 ha. U voert een eerste dunning uit waarbij 70 m³ ontgonnen wordt uit deze percelen. Na deze dunning hanteert u een omlooptijd van 6 jaar op deze percelen, m.a.w. om de zes jaar zult u een dunning laten uitvoeren.

  Hoeveel brandhout kunt u dan jaarlijks uit uw bos halen?

  Uw totale jaarlijkse aanwas op deze drie hectare bedraagt 30m³. Om de zes jaar laat u een dunning uitvoeren waarbij gemiddeld 70m³ wordt ontgonnen, terwijl er op uw drie hectare om de zes jaar een totale aanwas van 180m³ is. Dit geeft u dus een "aanwas-overschot" van 110m³ om de zes jaar.

  Het is uit dit "aanwas-overschot" dat u uw brandhout kunt halen. Het is niet de bedoeling dat u 100% van uw aanwas-overschot uit het bos haalt, (aangezien gestreefd wordt naar 4% dood hout in uw bos en dit aandeel het goedkoopst bereikt wordt door aanwas-overschot in uw bos te behouden - in andere gevallen boet u in aan productiecapaciteit van uw bos), doch rekening houdend met de andere functies van het bos kunt u bij benadering ongeveer de helft van dit aanwas-overschot benutten voor brandhout. M.a.w., volgens de gegevens in dit voorbeeld gebruikt, u zou ongeveer 9m³ brandhout per jaar kunnen innen op uw 3 ha.

  Brandhout uit uw bos halen blijft dus zeker mogelijk, doch wel in verhouding tot de productie-capaciteit en aanwas-overschot van uw bospercelen. Bij het opstellen van een UBBP kunt u dit op voorhand berekenen of laten berekenen. U kunt zelfs een systeem (laten) opstellen waarbij de jaarlijkse aanwas op het terrein gemeten wordt en hieraan kunt u dan een planning koppelen voor de winning van brandhout.

  7) De toegankelijkheid van de Vlaamse (privé-)bossen is vastgelegd in artikel 4 van het bosdecreet van 1999 alswat: "alles toegankelijk tenzij anders aangeduid". Wat inhoudt dat alle bossen steeds toegankelijk zijn op de boswegen, openbare wegen, doorgangswegen en op de "smalle paden" (een voetganger breed; indien deze opgenomen zijn in het toegankelijkheidsreglement). Dus: zonder toegankelijkheidsreglement is elke bosweg 100% toegankelijk voor het publiek, uitgezonderd de smalle paden.

  Het toegankelijkheidsreglement wordt voor privé-bossen >5ha in het beheerplan opgenomen.
Voor privé-bossen <5ha wordt een toegankelijkheidsreglement pas opgemaakt indien het bos ontoegankelijk verklaard word.

  M.a.w. bij het opstellen van een UBBP kunt u een toegankelijkheidsreglement laten opmaken waarbij u, rekening houdend met alle functies die een bos kan vervullen (dus ook de sociaal-recreatieve functie, de wetenschappelijke functie, etc.) en met de verkeerswetgeving; de toegang tot sommige wegen kunt afsluiten of beperken. Zo kunt u de toegang tot gevoelige en/of bedreigde (natuur)gebieden volledig of gedeeltelijk afsluiten, zowel in tijd (x weken of maanden per jaar) als in oppervlakte (slechts enkele percelen of alles).

  Het opmaken van een UBBP houdt dus niet per definitie in dat uw gronden openbaar toegankelijk worden, integendeel: zonder toegankelijkheidsreglement zijn uw boswegen vrij toegankelijk (zie huidige wetgeving), het is slechts met een toegankelijkheidsreglement dat u de toegang tot uw gronden kunt beperken (of zelfs volledig afsluiten).

  8) Indien u na het oprichten van een UBBP uw gronden wenst te verhuren aan een pachter die het beheer zoals in het uitgebreid bosbeheerplan naleeft, is er geen verandering van situatie: u blijft uw jaarlijkse toegekende subsidies ontvangen (vb. voor het stimuleren van de ecologische bosfunctie) en u behoudt het recht op de subsidie op de erfenisrechten. Let wel op: het is de houder van het zakelijk recht op het bos (vruchtgebruik) die recht heeft op de subsidie.

  Indien u uw gronden verhuurt aan een pachter die het beheer niet respecteert zoals vastgelegd in het UBBP, dan verliest u het recht op jaarlijkse subsidies èn moet u, indien dit van toepassing is, het overblijvend deel van de subsidie op de successierechten terugbetalen. Zo zal u, indien u het beheer zoals in het UBBP uitgestippeld niet meer toepast vanaf het 15de jaar na een successie waarbij u van de subsidie op successierechten genoten hebt, de helft van het genoten financieel voordeel moeten terugbetalen aan de staat. Indien u twee jaar na het benutten van deze subsidie op erfenis het beheer verandert zult u 28/30 van het genoten voordeel moeten weerstorten aan de staat. De subsidie op de erfenisrechten wordt namelijk bezien als een jaarlijkse subsidie homogeen verspreid over een termijn van 30 jaar. Wanneer het UBBP niet meer nageleefd wordt moet u dus het overblijvende deel van de 30 jaar terugbetalen aan de staat.

  Indien u na het oprichten van een UBBP uw gronden wenst te verkopen is de redenering dezelfde: indien het goedgekeurd UBBP (al dan niet na goedgekeurde wijzigingen ingediend door de nieuwe eigenaar) door de nieuwe eigenaar toegepast wordt, behoudt u (indien van toepassing) het genoten voordeel op de successierechten en behoudt de nieuwe eigenaar het genot van de jaarlijks toegekende subsidies.

  Indien de nieuwe eigenaar het UBBP niet naleeft verliest hij het recht op jaarlijkse subsidies èn moet u het overblijvende deel (X/30ste) van het genoten voordeel op de successierechten aan de staat weerstorten.

  9) Om te kunnen genieten van de subsidie op de successierechten moet u ;

  Ten eerste beschikken over een goedgekeurd uitgebreid bosbeheerplan (except: VEN-gebied, zie betreffende wetgeving).

  Ten tweede moet u kunnen aantonen dat het bosbeheerplan gerespecteerd en uitgevoerd wordt, bijvoorbeeld door een getuigenis van de gewestelijke boswachter die voor uw gronden aangewezen is.

  Ten derde moet u bij de notaris, bij de aangifte van de nalatenschap, uitdrukkelijk vragen om toepassing van artikel 55 quater.

  Ten vierde moet u aan het Vlaamse Gewest een attest afleveren waaruit het bedrag van het genoten financieel voordeel blijkt.

  Ten vijfde moet zowel de erfenislater als de erfeniskrijger hun (financieel) hoofdverblijfplaats binnen het Vlaams Gewest hebben; dus niet het Waals of Brussels Hoofdstedelijk gewest, noch het buitenland.

  10) Voor het opmaken van een uitgebreid bosbeheerplan kunt u steeds raad en advies inwinnen bij uw bosgroep, o.a. een lijst van adviesbureaus kunt u er opvragen. U kunt ook informatie vinden bij het Agentschap voor Natuur en Bos. Uw gewestelijke boswachter kan u ook verder op weg helpen met brochures etc.

  Voor extra advies of antwoorden op uw vragen kunt u beroep doen op uw gemeente, Natuurpunt, gespecialiseerde studiebureaus en in sommige gevallen bij de Vlaams Landbouw Maatschappij of Landelijk Vlaanderen.

CONCLUSIE

Het opmaken van een uitgebreid bosbeheerplan is een groot werk wat veel tijd en energie vergt. Dit werk levert op korte termijn veel informatie op en op lange termijn resulteert het in een meer rendabel beheer. Het UBBP houdt rekening met alle functies dat een bos kan vervullen en staat u toe om weloverwogen beslissingen te nemen. Mijn advies is het om zelf een (groot) deel van de studie uit te voeren maar om ook steeds onafhankelijke adviseurs in te schakelen. Op deze manier leert u uw eigendom zelf zeer goed kennen en beheren maar koppelt u hier tegelijk ook de kennis en ervaring van gespecialiseerde mensen aan vast, zodat werkelijk aandacht kan besteed worden aan alle facetten van bos- en natuurbeheer. Het is dan de kwestie om de juiste middenweg te zoeken tussen wat u zelf zult doen en wat u zult uitbesteden. In overleg met een adviesbureau zal snel blijken wat u kunt doen en wat zij voor u kunnen betekenen. Indien u zich onzeker voelt of onbekwaam om alleen te werken aan zulke studies, is het een mooie tussenweg om samen te werken met het studiebureau tijdens de metingen en studies, zo zult u heel veel leren over uw eigendom en over de bosbouwprincipes die gekoppeld zijn aan het duurzaam bosbeheer.

  Heel veel plezier toegewenst bij het opmaken van uw UBBP. Geniet van uw bossen.

  Henri-Joe Dieryck

  PS: In dit artikel is bewust gekozen voor het behandelen van de uitgebreide bosbeheerplannen, in het geval u beschikt over een beperkt BBP of indien u een beperkt bosbeheerplan wenst op te maken voor uw gronden, zal niet alles wat in dit artikel behandeld is van toepassing zijn. Informeer u in dat geval goed op voorhand.