“10 vragen en antwoorden over uitgebreide bosbeheerplannen”...een privé-boseigenaar aan het woord

Henri-Joe Dieryck

Bestuurder Bosgroep Noorderkempen/Lid van de referentiegroep ‘duurzaam bosbeheer’ provincie Antwerpen/Gediplomeerd boomverzorger/zaakvoerder “Groene Aap BVBA”/Beheerder van een familie- en natuurdomein (>100) ha in Oostmalle

Marlies Vanlerberghe

Vereniging voor Bos in Vlaanderen vzw

_____________________________________________________________________

Niet alleen tijdens, maar ook vóór de opmaak van een uitgebreid bosbeheerplan (UBBP) kunnen heel wat vragen opduiken. Is het voor een privé-boseigenaar interessant om een beheerplan op te maken? Wat win of verlies je erbij? Waartoe ben je verplicht, en wat mag je net niet meer doen, na de goedkeuring van een uitgebreid bosbeheerplan (UBBP)[1] voor jouw bos?

Privé-boseigenaar en -beheerder Henri-Joe Dieryck verzamelde alle vragen waarmee hij, bij zijn voorstel om een uitgebreid bosbeheerplan op te maken voor een meer dan 100 ha groot familie- en natuurdomein, geconfronteerd werd. Na een korte inleiding rond beheerplannen stelt hij zijn “top-10” met meest voorkomende en/of belangrijkste vragen voor.

 

Een uitgebreid bosbeheerplan: wat en voor wie?

Een bosbeheerplan beschrijft wat je met je bos wil doen en welke werkzaamheden je wil uitvoeren om deze doelstellingen te bereiken. Voor de werkzaamheden die in een goedgekeurd beheerplan opgesomd zijn, heb je geen aparte vergunning meer nodig. Aangezien een beheerplan in de regel een looptijd heeft van 20 jaar ben je dus voor 20 jaar vrijgesteld van paperassen.

Alle openbare boseigenaars moeten een uitgebreid bosbeheerplan (UBBP) opmaken. Een UBBP is een beheerplan dat voldoet aan de Criteria Duurzaam Bosbeheer (CDB)[2], een hulpmiddel om je bos duurzaam te beheren. Het is een omvangrijk werkstuk dat onder andere gedetailleerde metingen over de samenstelling van de planten en de afmetingen van de bomen bevat.

Als privé-boseigenaar heb je enkel de verplichting om een UBBP op te maken, als je bos groter is dan 5 ha en volledig of gedeeltelijk in de perimeter van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN)[3] ligt. Beheer je een bos met een oppervlakte groter dan 5 ha dat buiten het VEN gelegen is, dan maak je een beperkt beheerplan op. Voor privé-bos niet gelegen in het VEN kan uiteraard op vrijwillige basis een UBBP opgemaakt worden.

 

"10 vragen en antwoorden over uitgebreide beheerplannen"

1) Wat levert een UBBP op?

Een UBBP bevat een gedetailleerde studie van het betreffende bos. Dergelijke studie levert de eigenaar veel praktische informatie op, waardoor het toekomstig beheer efficiënter, en met een hogere opbrengst (aan houtproductie èn aan natuurwaarde), kan gebeuren. Daarbovenop kun je, mits een goedgekeurd uitgebreid UBBP, subsidies aanvragen voor het bevorderen van de ecologische functie van je bos (van 50 euro/ha tot 125 euro/ha), waardoor je als eigenaar financiële middelen krijgt om het beheerplan te realiseren.

Een UBBP levert dus heel wat informatie op over je bos. Het geeft je bovendien de mogelijkheid om financiële middelen te krijgen om het beheer, zoals uitgestippeld in het beheerplan, te realiseren. 

2) Wat kost het opmaken van een UBBP?

Over het algemeen worden de kosten van het opmaken van een UBBP volledig gedekt door de subsidie die je ervoor kunt krijgen. Zeker als het over een bosoppervlakte van minstens 10 ha gaat. Als je als eigenaar een UBBP wil opmaken voor een kleiner bos, kun je er het best voor kiezen om met behulp van een bosgroep zoveel mogelijk eigenaars in de buurt te groeperen (bv. ook locale openbare besturen).

Afhankelijk van het aantal eigenaars en boseigendommen kan de subsidie 200, 220 of 250 euro per hectare bedragen. De meeste studiebureaus zijn bereid om pas twee jaar na de aanvang van het opmaken van een uitgebreid UBBP betaald te worden. Dit geeft hen voldoende tijd om het uitgebreid bosbeheerplan op te maken en te laten goedkeuren. Na de goedkeuring krijgt je als eigenaar automatisch de subsidie op 1 rekeningnummer gestort (ook in het geval dat meerdere eigenaars samenwerken!). Op deze manier hoeft je het bedrag voor het opmaken van dit bosbeheerplan niet eens voor te schieten, je kunt het studiebureau betalen op het moment dat de subsidie uitbetaald is. 

De subsidie voor een goedgekeurd UBBP dekt dus in principe de kosten voor de opmaak ervan, zonder dat de eigenaar het geld moet voorschieten.

3) Wie maakt een UBBP op?

De meeste eigenaars doen voor de opmaak van een UBBP een beroep op een (gespecialiseerd) studiebureau. Je kan er als eigenaar ook voor kiezen om het beheerplan zelf op te maken.

Het voordeel van het inschakelen van een onafhankelijk studiebureau is dat je kunt steunen op de kennis en ervaring van derden, die opgeleid zijn om dergelijke studies uit te voeren. Een eventueel nadeel is dat je een deskundig studiebureau moet zien te vinden waar je vertrouwen in hebt. Zonder vertrouwen in een ploeg waarvan de opvattingen rond je bos zo goed mogelijk bij de jouwe aansluiten heeft het uiteindelijke resultaat geen waarde.

Een UBBP zelf opmaken heeft als voordeel dat je je bos volledig leert kennen, op verschillende niveaus (fauna, flora, bodem, wetgeving, historiek…) en dat je vele uren lang van je domein kunt genieten door er bezig te zijn met verschillende metingen en studies. Een nadeel is dan weer dat er bij het opstellen van een UBBP heel wat specialistenwerk komt te kijken, het vraagt zeer veel tijd en werk. Zonder specifieke vooropleidingen kan je niet alles doen wat een UBBP vereist. Maar mits voldoende tijd en inzet kan je het al doende leren en daar waar nodig hulp of advies inroepen van bijvoorbeeld de bosgroep of van onafhankelijke adviseurs (vrijwilligers of tegen betaling). Er worden ook verschillende opleidingen georganiseerd waar privéboseigenaars de nodige kennis en ervaring kunnen opdoen, bv. door Inverde vzw, al dan niet in samenwerking met de bosgroepen. Vaak zijn ook verenigingen zoals Natuurpunt en VBV,provinciale koepels voor natuurstudie, bereid om hulp te bieden bij het opmaken van een UBBP. wildbeheereenheden of partners zoals bosgidsen, natuurgidsen en

4) Waar moet een UBBP aan voldoen?

Een beheerplan dient goedgekeurd te worden door het Agentschap voor Natuur en Bos. Zij stelden voor de opmaak van een UBBPop. Deze richtlijnen zijn op het internet te vinden of je kunt ze per mail opvragen bij hendrik.borloo@lin.vlaanderen.be. Je kan ook terecht bij de bosgroep in je regio die de nodige gegevens en/of adressen kan doorspelen. Vooraf overleggen met de ambtenaar privé-bos van je provincie kan handig zijn. “inhoudelijke richtlijnen voor het opmaken van een uitgebreid bosbeheerplan” en “technische richtlijnen voor het opmaken van een uitgebreid bosbeheerplan”

5) Blijf ik als eigenaar baas over mijn eigen gronden eens er een UBBP voor opgemaakt is?

De eigenaar blijft baas over zijn eigen gronden. Wanneer je een UBBP opmaakt stem je toe in het hanteren van bepaalde bosbouwprincipes (cfr. Criteria duurzaam bosbeheer2) en het combineren van verschillende bosfuncties. Dit betekent echter niet dat je als privé-boseigenaar je beslissingsrecht over je eigendom verliest. Integendeel, deze principes maken het mogelijk om op termijn een doordacht en gestaafd beheer uit te voeren in je bos en eventueel nog meer beslissingen zelfstandig te nemen dan wat het geval was vóór het opmaken van een UBBP.

6) Mag ik nog brandhout uit mijn bos halen (en hoeveel) eens er een goedgekeurd UBBP is voor mijn bos?

In het uitgebreid bosbeheerplan wordt gestreefd naar evenwicht tussen de verschillende bosfuncties. Houtoogst is een belangrijke invulling van de economische peiler van dit multifunctioneel bosbeheer. Het verwerven van brandhout in uw bos is dus zeker toegestaan. Het mag enkel de andere functies van dit bos niet in het gedrang brengen. Elk stukje dood hout  oprapen om als brandhout te benutten is dus niet mogelijk. Aangezien vanuit de ecologische fucntie gestreefd wordt naar meer dood hout in het bos. 

Wat en hoeveel is dan wel mogelijk? Hier wordt het principe ‘kapvolume=>aanwas’ gehanteerd. Rekening houdend met de jaarlijkse aanwas[4] van je bos kun je redelijk eenvoudig uitrekenen hoeveel hout er jaarlijks als brandhout uit je bos gehaald mag worden zonder in strijd te zijn met je UBBP. Hieronder vind je een rekenvoorbeeld ter illustratie (de gehanteerde getallen zijn geen vaste gegevens).

Rekenvoorbeeld brandhoutwinning

Stel je hebt fijnsparaanplanting (3ha) in eigendom. Dit bos werd in de voorbije 35 jaar nooit gedund. De jaarlijkse aanwas is berekend en levert een gemiddelde aanwas van 10m³/ha/jaar op. Dit geeft op 35 jaar tijd een totale aanwas van 350 m³ hout (= 35 jaar x 10 m³/jaar) per ha. Bij een eerste dunning kap je 70 m³ over de drie hectare. Na deze dunning wordt een omlooptijd[5] van 6 jaar gehanteerd  Hoeveel brandhout kun je dan jaarlijks uit je bos halen?

Dit bereken je als volgt: de totale jaarlijkse aanwas op de drie hectare bedraagt 30m³ (= 3 ha x 10 m³/ha/jaar). Om de zes jaar wordt gedund waarbij telkens gemiddeld 70m³ hout uit het bos (3 ha) wordt gehaald. De aanwas op de drie hectare over zes jaar is 180 m³ (= 10 m³/ha/jaar x 3 ha x 6 jaar). Dit geeft dus een “aanwas-overschot” van 110m³ (=180 m³ - 70 m³) om de zes jaar.  Het is uit dit “aanwas-overschot” dat brandhout gehaald kan worden. Het is niet de bedoeling dat je 100% van dit aanwas-overschot uit het bos haalt, (streven naar 4% dood hout van het bestandsvolume wordt het goedkoopst bereikt door een deel van het aanwasoverschot in je bos te behouden), maar rekening houdend met de andere functies van het bos kun je gemakkelijk de helft van dit aanwas-overschot benutten voor brandhout. Dit betekent dat je voor dit voorbeeldbos ongeveer 9 m³ (=110 m³ : 2/6jaar= 55 m³/6jaar=ongeveer 9m³/jaar) brandhout per jaar kunt benutten.

Brandhout uit je bos halen blijft dus zeker mogelijk, maar wel in verhouding tot de productie-capaciteit en het aanwas-overschot van je bos.

7) Hoe zit het met de toegankelijkheid van mijn gronden voor/na het oprichten van een UBBP?

Voor privé-bossen >5ha wordt in het beheerplan steeds een toegankelijkheidsreglement opgenomen. Voor privé-bossen <5ha wordt een toegankelijkheidsreglement pas opgemaakt als het bos ontoegankelijk verklaard wordt. Zonder toegankelijkheidsreglement is elke bosweg vrij toegankelijk voor voetgangers, uitgezonderd de ‘smalle paden’ (een voetganger breed).

De opmaak van een UBBP laat je dus toe om de toegang tot sommige boswegen te beperken, zowel in tijd (x weken of maanden per jaar) als in oppervlakte (alles of slechts enkele percelen, …), door ze op te nemen in het toegankelijkheidsreglement. Dit kan bijvoorbeeld wenselijk zijn om gevoelige en/of bedreigde natuurgebieden te beschermen.

Het opmaken van een UBBP houdt dus niet per definitie in dat je bos openbaar toegankelijk wordt. Integendeel, zonder toegankelijkheidsreglement zijn alle boswegen vrij toegankelijk. Het is slechts met een toegankelijkheidsreglement dat je de toegang tot je gronden kunt beperken (of zelfs volledig afsluiten).

8) Wie profiteert van de subsidie op de successierechten[6]?

Om vrijgesteld te worden van successierechten moet je beschikken over een goedgekeurd UBBP. Deze voorwaarde geldt niet voor eigendommen gelegen in het VEN, die zijn vrijgesteld van successierecheten ongeacht het bestaan van een beheerplan dat voldoet aan de CDB.

Als tweede voorwaarde moet je kunnen aantonen dat het bosbeheerplan gerespecteerd en uitgevoerd wordt, bijvoorbeeld door een getuigenis van de gewestelijke boswachter die voor je gronden aangewezen is.

Ten derde moet je bij de notaris, bij de aangifte van de nalatenschap, uitdrukkelijk vragen om toepassing van artikel 55 quater.

Als vierde voorwaarde ben je verplicht om aan het Vlaamse Gewest een attest af te leveren waaruit het bedrag van het genoten financieel voordeel blijkt.

Tenslotte moeten zowel de erfenislater als de erfeniskrijger hun (financieel) hoofdverblijfplaats binnen het Vlaams Gewest hebben.

9) Wat als ik als eigenaar na het oprichten van een UBBP mijn eigendom wens te verkopen of verhuren?

Als je een bos met een goedgekeurd UBBP wil verhuren aan een pachter die het beheer naleeft zoals uitgestippeld in het UBBP, dan verandert er niets: je blijft de jaarlijks toegekende subsidies ontvangen (vb. voor het stimuleren van de ecologische bosfunctie) en je behoudt het recht op de subsidie op de erfenisrechten.

Indien je de gronden verhuurt aan een pachter die het beheer zoals vastgelegd in het UBBP niet respecteert, dan verliest je als eigenaar het recht op jaarlijkse subsidies èn moet je, indien dit van toepassing is, het overblijvend deel van de subsidie op de successierechten terugbetalen. Bijvoorbeeld: je past het beheer zoals uitgestippeld in het UBBP niet meer toe vanaf het 15de jaar na een successie waarbij je van de subsidie op successierechten genoten hebt. In dit geval moet je de helft van het genoten financieel voordeel terugbetalen aan de staat.

De subsidie op de erfenisrechten wordt gezien als een jaarlijkse subsidie, homogeen verspreid over een termijn van 30 jaar. Wanneer het UBBP niet meer nageleefd wordt, moet je dus het overblijvende deel van de 30 jaar terugbetalen aan de staat. Het beheer kan natuurlijk wel veranderd worden als het Agentschap voor Natuur en Bos de wijzingingen van het beheerplan aanvaardt. Zo kan er ingespeeld worden op onverwachte situaties zoals stormen, mastjaren,...

Wil je je bos na het opmaken van een UBBP verkopen, dan is de redenering precies dezelfde. Wordt het goedgekeurd UBBP door de nieuwe eigenaar toegepast (al dan niet na goedgekeurde wijzigingen), dan behoud je (indien van toepassing) het genoten voordeel op de successierechten en  behoudt de nieuwe eigenaar het genot van de jaarlijks toegekende subsidies. Als de nieuwe eigenaar het geplande beheer niet naleeft, dan verliest hij het recht op de jaarlijkse subsidies en moet je als voormalige eigenaar het overblijvende deel (X/30) van het genoten voordeel op de successierechten aan de staat terugbetalen.

10) Waar kan ik raad of advies inwinnen i.v.m. het opstellen van een UBBP?

Voor het opmaken van een uitgebreid bosbeheerplan kunt je steeds raad en advies inwinnen bij de bosgroep[7] van je regio. Je kunt ook informatie opvragen bij “het Agentschap voor Natuur en Bos”. Ook je boswachter kan je op weg helpen met brochures. Voor extra advies of antwoorden op je vragen kunt je beroep doen op je gemeente, Natuurpunt, VBV, een gespecialiseerde studiebureau en eventueel de Vlaams Land Maatschappij of Landelijk Vlaanderen.

Conclusie

Een uitgebreid bosbeheerplan opmaken is geen eenvoudige klus en vraagt heel wat werk en tijd. Dit werk levert echter op korte termijn veel informatie op. Op lange termijn resulteert het in een meer rendabel beheer. Een goedgekeurd UBBP voor je bos houdt rekening met alle functies die een bos kan vervullen en staat de eigenaar toe om weloverwogen beslissingen te nemen. Henri-Joe Dieryck adviseert om zelf een (groot) deel van de studie uit te voeren en om ook steeds onafhankelijke adviseurs in te schakelen. Op deze manier leer je je eigendom zeer goed kennen, koppel je er tegelijkertijd de kennis en ervaring van gespecialiseerde mensen aan vast en wordt er aandacht besteed aan alle facetten van het bos- en natuurbeheer. Het komt erop aan om een juiste middenweg te vinden tussen hetgeen je zelf zal doen en hetgeen je zal uitbesteden. Op die manier brengt het opmaken van een UBBP je veel plezier en kun je ten volle genieten van je boseigendom!


[1] In dit artikel is bewust gekozen voor het behandelen van de uitgebreide bosbeheerplannen, in het geval u beschikt over een beperkt BBP of indien u een beperkt bosbeheerplan wenst op te maken voor uw gronden, zal niet alles wat in dit artikel behandeld is van toepassing zijn. Informeer u in dat geval goed op voorhand.

[2] De CDB zijn een set richtsnoeren op het praktische beheerniveau. Het is een evaluatie-instrument om het praktische beheer van de bossen te toetsen op duurzaamheid. Meer info: bosrevue 16 (apr-mei-jun 2006).

[3] VEN: Vlaams Ecologisch Netwerk. VEN-gebieden vormen samen een netwerk van waardevolle natuurgebieden in Vlaanderen. In de VEN-gebieden worden maatregelen genomen om de natuurwaarden te behouden en te herstellen. Meer info: http://www.mina.be/ven-ivon.html

[4]Gemiddelde jaarlijkse aanwas volgens de boskartering: 5 m³/ha. Dit is afhankelijk van de boomsoort, de leeftijd, de ondergrond, het stamtal/ha,... Bij den kan dit gemakkelijk 7 m³/ha zijn, bij populier tot 15 m³/ha

[5] Dit betekent dat er om de 6 jaar een nieuwe dunning uitgevoerd wordt.

[6] met successierechten wordt een belasting bedoeld, een percentage op de waarde van een erfenis die door de ergenamen moet betaald worden.

[7] Contactgegevens: www.bosgroepen.be

 

terug naar publicaties    home